Je boekt een hotelletje in het centrum van Amsterdam, rekent de kamerprijs uit en denkt dat je budget klopt. Tot de eindafrekening binnenkomt en er plotseling een flink bedrag aan toeristenbelasting bovenop komt. Dat bedrag is dit jaar in tientallen Europese steden hoger dan ooit, en veel reizigers merken het pas achteraf. Wie in 2026 een stedentrip plant, doet er goed aan om die kostenpost vooraf in te calculeren, want de verschillen tussen bestemmingen zijn groter dan je zou denken.
Amsterdam is nu het duurste in Europa
Amsterdam voert de ranglijst aan. De gemeente rekent 12,5 procent toeristenbelasting over de overnachtingsprijs, los van de btw op logies die per 1 januari 2026 van 9 naar 21 procent ging. Reken je dat door bij een gemiddeld hotel, dan komt een overnachting van 150 euro met beide heffingen op bijna 200 euro uit. De gemeenteraad stemde bovendien in met verdere stappen: het tarief gaat naar 16 procent in 2027, met een ambitie om in de jaren daarna door te groeien naar 20 procent. Het doel is niet alleen extra inkomsten, maar vooral het aantal overnachtingen terugbrengen onder de 20 miljoen per jaar die de stad als maximum ziet.
Wie toch voor Amsterdam kiest, kan geld besparen door net buiten de ring te overnachten. Gemeenten als Zaanstad en Amstelveen rekenen fors lagere tarieven, terwijl je met het openbaar vervoer binnen twintig minuten in het centrum staat.
Barcelona en Venetië draaien ook aan de knop
Ook rond de Middellandse Zee wordt overnachten duurder. Barcelona verdubbelde de toeristenbelasting in de praktijk: wie een vakantiewoning boekt, betaalt nu 12,50 euro per nacht, hotelgasten betalen tussen de 10 en 15 euro afhankelijk van de sterrenclassificatie. Een kwart van die opbrengst gaat direct naar de aanpak van het woningtekort in de stad, een onderwerp waar Barcelona al jaren mee worstelt door de druk van toerisme op de huurmarkt.
Venetië koos voor een andere aanpak. In plaats van een nachttarief werkt de stad met een toegangsfee voor dagbezoekers, actief op zestig drukke dagen tussen april en juli. Boek je minstens vier dagen vooraf via het officiële Venezia Unica platform, dan betaal je 5 euro. Mis je die deadline, dan verdubbelt het bedrag naar 10 euro. Dat leverde de stad dit jaar al meer dan 5,2 miljoen euro op uit bijna 680.000 verkochte tickets. De nieuwe burgemeester onderzoekt nu of dat bedrag vanaf 2027 kan stijgen naar 30 tot 50 euro, met mogelijk dynamische prijzen op de allerdrukste dagen.
Edinburgh en Wenen voeren voor het eerst een heffing in
Niet elke stad verhoogt een bestaand tarief, sommige beginnen gewoon helemaal opnieuw. Edinburgh introduceerde op 24 juli 2026 als eerste Britse stad een visitor levy van 5 procent over de overnachtingsprijs, geldig voor de eerste vijf nachten van een verblijf. Verhuurders van vakantiewoningen in de Schotse hoofdstad waarschuwen dat dit de concurrentiepositie van de stad kan schaden ten opzichte van Londen of Glasgow, maar de gemeenteraad hield vast aan het plan.
Wenen verhoogde zijn bestaande heffing per 1 juli 2026 van 3,2 naar 5 procent, met een volgende stap naar 8 procent die al voor 2027 op de planning staat. Ook Griekenland introduceerde dit jaar een aparte klimaatheffing van maximaal 15 euro per nacht, bovenop de bestaande toeristenbelasting, specifiek bedoeld om de kosten van extreme hitte en bosbranden op te vangen.
Wat betekent dit voor jouw budget
Voor een stedentrip van vier nachten met twee personen tikt dit flink aan. In Amsterdam loop je al snel tegen 150 tot 160 euro extra aan belasting en btw samen op, terwijl je in een stad als Lissabon of Porto met een vergelijkbaar verblijf nog altijd onder de 30 euro blijft. Dat verschil is reden genoeg om bij het vergelijken van bestemmingen niet alleen naar de vluchtprijs te kijken. Wie toch wil vliegen zonder zich daarna kapot te betalen aan bijkomende kosten, leest ook ons artikel over goedkoop vliegen vanaf Nederland voor tips die verder gaan dan alleen de ticketprijs.
Toeristenbelasting is overigens niet nieuw, Nederlandse gemeenten innen al sinds de negentiende eeuw een vorm van deze heffing, zoals ook op Wikipedia te lezen is. Wat wel nieuw is, is het tempo waarin steden de tarieven nu verhogen. Volgens Euronews heffen meer dan veertig Europese steden inmiddels een vorm van toeristenbelasting, een stijging van dertig procent in drie jaar.
Ook buiten Europa stijgen de kosten voor bezoekers. Wie liever de oceaan oversteekt, merkt dat ook in de Verenigde Staten de rekening omhooggaat: lees in ons artikel over de nieuwe kosten in Amerikaanse nationale parken wat daar verandert voor een roadtrip in 2026.
Zo reken je toeristenbelasting slim mee in je reisbudget
Ga voordat je boekt even na wat de lokale toeristenbelasting is, de meeste boekingssites tonen dit pas bij de laatste stap van de betaling. Kijk op de officiële toeristensite van je bestemming, niet op een vergelijkingswebsite die het bedrag soms mist. Overweeg daarnaast om een stad net buiten de hoofdstad als uitvalsbasis te gebruiken, zoals Zaanstad bij Amsterdam of Fiumicino bij Rome, want gemeenten buiten de grote trekpleisters rekenen vaak een fractie van het stadstarief.
Wil je sowieso van de dure centra af, dan is reizen met de trein vaak een goedkoper en relaxter alternatief voor korte afstanden. Zo vermijd je niet alleen luchthavenkosten, maar kun je met een beetje planning ook steden aandoen die nog geen hoge toeristenbelasting kennen. Benieuwd hoe goedkoop dat kan? In ons artikel over de nieuwe treinverbinding tussen Amsterdam en Berlijn lees je wat die route kost. Zet toeristenbelasting voortaan standaard op je begrotingslijstje naast vlucht, hotel en eten, dan komt die eindafrekening nooit meer als een verrassing.